Echte kerels drinken bier

  'Hoi,' zei ze, 'mag ik bij je komen zitten?' Ze was lang, slank en had lichtblauwe ogen en honingblond haar met highlights. Achter in de twintig, schatte ik haar. Ik had haar nog nooit eerder in de "Cuba Libre" gezien.
  'Tuurlijk.' Ze ritste haar camelkleurige blazer open. Er kwam een wit bloesje tevoorschijn.
Ze wipte op de kruk naast mij. Haar strakke zwarte broek kwam tot net over de knie. Wat eronderuit stak zag er perfect uit. Terwijl ze haar benen over elkaar sloeg, probeerde ik me voor te stellen hoe ze eruit zouden zien in een minirokje.
  'Wil je iets drinken?' Het klonk onnozel, maar ik wist even niks beters. Kwam door haar topje dat aan de onderkant te kort was en aan de bovenkant zo laag dat je redelijk goed kon inschatten wat ze in huis had.
  'Ja, daar kom ik voor.' Met een geroutineerde beweging veegde ze een wispelturige lok naar achteren. 'Scotch on the rocks, graag.'
  Ik gaf de bestelling door aan Frank, die gauw zijn blik uit haar topje haalde. 'En doe er nog maar een biertje bij.'
  Ik had geen zin in lullige openingszetten zoals waar kom je vandaan of zo en dus zei ik: 'Whisky?' Ik schudde mijn hoofd. 'Hoort bij duffe managers.'
  Ze nam de tijd om te reageren. Ze liet haar blik van mijn gezicht naar mijn benen glijden. Op de terugweg bleef hij even hangen, ongeveer ter hoogte van mijn broekriem. Of wat ze zag haar beviel, liet ze niet merken.
  'Misschien ben ik wel een duffe manager.' Ze stak haar hand uit en tikte kort op de bovenkant van de hand waarin ik mijn bierglas had. Wel ringen maar geen gladde.
  'Brenda,' zei ze met de glimlach die ik kende van de begroetings-ceremonie in Oosterse nachtclubs.
  'Nick.'
  Ze pakte haar Scotch en tikte het glas tegen mijn biertje. 'Cheers.'
  'Skol,' zei ik. Als ze een vreemde taal wilde, kon ze hem krijgen.
  Brenda tinkelde de ijsblokjes tegen haar glas en nam een slokje.
  Ik nam twee flinke. 'Nee, ik denk niet dat je een manager bent.'
  'Je hebt zoveel ervaring met managers dat je ze er zo uitpikt.'
Ik was niet van plan haar te vertellen dat ik er sinds een paar jaar zelf een was. Niet dat ik me er voor schaamde, maar logistiek manager klonk toch heel wat saaier dan stuurman op de wilde vaart. En dat was het ook, had ik ervaren, dag in dag uit dezelfde routines.
Maar ik moest wat toen de rederij aan het bezuinigen sloeg en een Chinees is nou eenmaal een stuk goedkoper dan een verwende Hollander.
  'Nou ja, veel ervaring heb je daar niet voor nodig. Kostuum, stropdas. Mantelpakje.' Voor mijn ogen doemde de trut op die mijn baas was. Ik knipperde haar weg.
  Brenda spreidde haar armen. Het topje ving de extra spanning op door iets naar beneden te kruipen, maar ze slaagde erin alles binnen te houden. 'Wel eens van vrije tijd gehoord?'
  'Je bent er eenvoudig het type niet voor.'
  'Da's beter,' zei ze. 'Wat iemand drinkt heeft minder met z'n beroep te maken dan met zijn of haar karakter.'
  'Psychologie gestudeerd?'
  Ze deed of ze mijn vraag niet gehoord had. 'Kijk, je hebt mannen die altijd wijn drinken. Dat zijn de perfecte vaders, de huismannen, die de kinderwagen door de supermarkt duwen terwijl mama het karretje vult. Lopen ook altijd achter het vrouwtje aan.'
  'Metroseksueel heet dat toch?'
  'Als ze ook nog parfum gebruiken en crèmes en poedertjes. Verwijfd, dus.' Ze tilde haar glas op. 'Niet bepaald mijn type.'
  Ze nam een flinke slok. 'Dan heb je het andere uiterste.'
Ze hield het glas omhoog. 'De whiskydrinker. Ontleent zijn mannelijkheid aan z'n werk. Daar is-ie de bink. Is ook zo min mogelijk thuis want daar is vrouwtjelief de baas.'
  'Psychologie dus en drankgebruik was je afstudeeropdracht.'
  Ze ging gewoon door met haar college. 'Daartussenin zitten de bierdrinkers. Dat zijn de mannen van de flinke teugen. De mannen die dat genip aan een glaasje maar niks vinden. Echte kerels drinken bier, zeg ik altijd.'
  'Dank je,' zei ik, terwijl ik mijn glas pakte en het met een paar van Brenda's flinke teugen achterover sloeg.
  'Ik denk dat het vooral met schuim te maken heeft. Bruisend als de zee. Vrijheid, avontuur.'
  Jezus, het leek wel of ze mij al jaren kende. Of ze wist dat ik gevaren had. 'Leuk dat je dat zegt, ik ben namelijk stuurman op de grote vaart.' Hopelijk reikte haar psychologische kennis niet zover dat ze doorhad dat ik loog. Nou ja, een beetje loog.
  'Zie je wel! Ik dacht al meteen, die vent rechts aan de bar is geen grijze muis. Ben je een paar dagen aan de wal?'
  'Maandje.' Ik wees naar haar glas. 'Nog eentje?'
  Ze knikte. 'Zeelui zitten vol avonturen.' Ze legde haar hand op de mijne.
  Mijn bloeddruk vloog omhoog.
  'Vertel eens wat.'
  Ik maakte het bekende gebaar naar Frank.
  'Oké,' zei ik, want waarom zou ik de kans laten lopen om mijn ego op te poetsen bij een mooie vrouw?  Wie weet waar het nog op uit zou kunnen draaien.
    
  Ik was middenin het verhaal over de drie Japanse vissers die we in een storm halverwege Australië uit hun stuurloze bootje hadden gehaald, toen er een vent binnenkwam die rechtstreeks naar Brenda liep. Hij legde een hand op haar schouder.
  'Ga je mee?' Het klonk nogal dwingend.
  Hij had een V-vormig gezicht, bruinverbrand en ongeschoren. Kort haar, net zo zwart als zijn shirt. Hij had er nog net geen zonnebril in geschoven, maar zo'n type was hij wel. Het witte colbertje dat over zijn rechterschouder hing, hield hij met één vinger vast.
  Ik mocht hem niet, ook al omdat hij totaal geen notitie van mij nam. Ik had dan wel jarenlang op zee gezworven, maar dat betekende nog niet dat ik mijn moeder's lessen over goede manieren vergeten was.
  'Misschien mogen we eerst ons glas leegdrinken,' zei ik, me afvragend wat voor type drinker hij zou zijn volgens Brenda's systematiek. Niet dat ik hem iets aan zou bieden, trouwens.
  Hij keek me vernietigend aan. In ieder geval wist hij dus dat ik bestond.
  'We gaan,' zei hij, dreigender dan daarnet. Hij trok aan haar schouder. 'Kom.'
  'Ik moet nog afrekenen,' zei Brenda. Ze schoof van de kruk en begon nerveus in een zak van haar blazer te frommelen. Ze deed haar best om me niet aan te kijken.
  Hij legde een hand op de hare. 'Dat doet je vriendje wel.' Hij strekte zijn arm uit naar mij, wijsvinger naar voren. Hij stopte een centimeter of tien voor mijn borst.
  Ik wilde geen scène en al helemaal niet in de "Cuba Libre". Ik had er al genoeg gehad in mijn leven.
  'Geen probleem,' zei ik, 'dat is het me wel waard. Zelden zo'n opwindende avond gehad.'
  Hij aarzelde wat hij met zijn wijsvinger zou doen, maar besloot hem terug te trekken. Misschien wilde hij ook geen scène, of misschien lag het aan mijn postuur. Zijn toch al niet zo vriendelijke gezicht werd nog een stuk onvriendelijker. Hij wilde iets zeggen tegen Brenda, maar die had zich al omgedraaid en liep, haar blazer aantrekkend, gehaast naar de deur. Geen lachje, geen hand, geen woord. Niets behalve het vleugje parfum en het bijna lege glas met de paarsrode afdruk van haar lippen.
  Ze verdween in de deur. De zelfverzekerde jonge vrouw waarmee ik zo gezellig had zitten babbelen was al een paar minuten eerder verdwenen.
  Hij haastte zich achter haar aan, knalde de deur dicht.
  'Zet maar op de rekening,' zei ik tegen Frank en stond op.
  Ik wilde wel eens zien waar hij met Brenda naartoe ging. Wat was haar relatie met die klootzak? Ik kon het me nauwelijks voorstellen maar hij gedroeg zich alsof hij haar pooier was.

  Geen wonder dat hij haast had; hij had zijn Porsche Boxster half op de stoep gezet. Riskant in Den Bosch maar met een kar van - wat zou het zijn? Zestigduizend euro? - maakte je je niet druk om een bon meer of minder.
  Ik deed of ik geen aandacht aan de publiekstrekker schonk, maar stiekem keek ik even snel naar links toen ik voorbijliep. De lichte vlek die door de donkere achterruit schemerde, moest van Brenda's kapsel zijn.
 Ik had mijn Golfje wel geparkeerd zoals het een normen en waarden-sukkel volgens het Balkenende-model betaamt. Toen ik erin geklommen was, reed de Porsche weg, voorzichtig manoeuvrerend om geen bewonderaars te raken.
  Bij het eerste stoplicht haalde ik hem in. Twee auto's tussen hem en mij, precies zoals het moest volgens de tv-series.
  Het kostte geen moeite om hem te volgen; zolang we in de stad waren kon hij maar een paar van de honderdzoveel pk's gebruiken.
  Maar ik had al vlug in de gaten dat hij de snelweg opzocht. En inderdaad, bij de Brabanthallen draaide hij de A59 op. Dat zou lastig worden, m'n Golfje zou het zwaar te verduren krijgen.
  Mijn geluk was dat hij zich inhield. Honderdvijftig kon mijn anderhalve liter nog wel aan. Ik had zelfs de tijd om me af te vragen waarom ik eigenlijk achter hen aanjoeg. Ik had Brenda niet nodig om met plankgas over de snelweg te razen. Hoewel…, leuk zou het natuurlijk wel zijn. Maar voorlopig zat ze naast die klootzak in een Porsche.
  Misschien had mijn lichaam zo langzamerhand weer eens behoefte aan een stoot adrenaline. Kon je aan verslaafd raken, had ik wel eens gelezen, maar ik moest het toch na twee jaar logistiek ontwend zijn, zou je zeggen. Zoveel adrenaline was het trouwens niet.
  Nee, ik was gewoon nieuwsgierig. Brenda intrigeerde mij. Waarom was zo'n mooie, zelfverzekerde vrouw plotseling veranderd in een onderdanig trutje toen die vent binnenkwam?
  Ik zat net te denken hoelang ik deze idiote achtervolging nog wilde volhouden toen zijn knipperlicht aanging. De afrit naar Heusden. Ik bleef op gepaste afstand.
  Hij leidde me door een paar straatjes met antieke gevels naar de jachthaven. Ik was er wel eens eerder geweest, een collega van de zaak had hier zijn boot liggen en vorige zomer had ik met hem en zijn vrouw een tochtje op de Biesbosch gemaakt. De naam van de haven was ik vergeten, maar ik wist nog wel dat er een parkeerplaats in de buurt was.
  De Boxster reed nog een stukje door en ik zette mijn auto weg. Als ze terug zouden gaan, moesten ze hier langs komen. Als, misschien gingen ze helemaal niet terug en vertrokken ze met een boot.
  Ik stapte uit, liep naar de molen en klom op de wal. Van hieruit had ik een aardig zicht op de boten aan de steiger.
  Het duurde even, toen zag ik een man gevolgd door een vrouw op het dek van de derde boot.
  Ik herkende Brenda aan haar blonde haar. Nou zijn er veel blonde, slanke vrouwen op dure jachten, maar deze had ook de camelkleurige blazer aan. De bink die achter haar aankwam had in beide handen een koffer. Type zonnebril.
  Hun boot was ongetwijfeld de duurste van de hele jachthaven. Wel kleiner dan de joekels die in Monaco of Marbella liggen, maar met hetzelfde snelle silhouet. Jezus, het zou wat zijn om met zo'n schatje over de oceanen te mogen trekken. Misschien kon ik Brenda's schipper worden. Schipper naast Brenda; het klonk goed en ik had ook meteen twee schatjes.
  De naam van het jacht kon ik van hieraf niet lezen. Misschien wel als ze weg zou varen. Ik vroeg me af waar die Porsche dan zou blijven; voor zover ik me herinnerde was de enige parkeerplaats die waar mijn Golfje stond.
  Maar ze voeren niet weg. Brenda niet in ieder geval want ze klom van boord en pakte, op de steiger staand, de twee koffers aan die de het zonnebriltype haar aanreikte.
  Dat loste het probleem van de Porsche ook meteen op. Als ik vlug was zou ik haar zo voorbij zien komen.
  Ik rende naar de parkeerplaats en dook mijn Golfje in. Tien seconden later kwam ze voorbij. Ik startte en ging achter haar aan.
  Ze reed dezelfde weg terug, behalve dat ze bij Den Bosch niet van de snelweg afging. Bij Empel draaide ze de A2 op, richting Eindhoven.
  Ik vond het zo wel genoeg en ging via Hintham naar huis.

  Twee weken later trof ik haar weer achter een Scotch aan de bar in de "Cuba Libre". Ze was nog net zo lang en slank en haar ogen hadden nog dezelfde kleur net als haar haar. Ze had me een plezier gedaan en haar broek vervangen door het minirokje dat ik toen al in gedachten had gehad. De voorstelling die ik me van haar benen had gemaakt werd ruim overtroffen door de werkelijkheid.
  'Biertje?' vroeg ze met een smeltende glimlach. 'Deze keer trakteer ik.'
  Ik was het er niet mee eens; ik ben nog van de generatie die vindt dat een man een vrouw hoort vrij te houden maar dat vond ze uit de tijd.
  We kletsten wat tot ze plotseling vroeg: 'Zeeman hè? Wanneer ga je weer weg?'
  Ik dacht aan het komende maandagochtendoverleg waar de bazige trut me om negen uur verwachtte. 'Over een week of twee. Shanghai, Singapore, die kant op.'
  'Tjee,' zei ze, 'ik wou dat ik mee kon.'
  'Een vrouw aan boord brengt ongeluk volgens een oud zeemansgezegde.'
  Ze reageerde anders dan ik verwacht had. 'Ik heb een probleem, misschien kun je me helpen.'
  Ik ben er altijd voor in om een mooie vrouw van haar problemen af te helpen, je weet maar nooit waar het toe leidt. 'Vertel.'
  Ze haalde een kaartje uit de schoudertas die ze op de bar had gedeponeerd en legde het naast mijn glas.
  Ik pakte het op. "World Business Travel, uw partner in zakenreizen", las ik. "Brenda van Dijk, travel consultant."
  'Ik heb me al een paar keer afgevraagd wat je deed, maar je zit dus in de reiswereld.'
  Ze knikte. 'Ik heb een klant, een zakenman die naar Frankrijk is voor een conferentie. Nu wil hij er een vakantie aan vastknopen en hij heeft mij gevraagd of ik er niet voor zou kunnen zorgen dat zijn boot naar Gravelines, een plaatsje in de buurt van Calais, gevaren kan worden zodat hij niet eerst terug hoeft naar Nederland. Jij bent stuurman dus ik dacht…'
  'Oh, daarvoor ben je vanavond hier naartoe gekomen.'
  'Eerlijk gezegd wel, ja. Normaal kom ik niet zo vaak in Den Bosch, ons kantoor staat in Rotterdam zoals je ziet.'
  Ik hoorde wat ze zei maar het drong niet echt tot me door. In mijn hoofd was het alarmfase drie. Blauwe zwaailichten en alle seinen op rood. Voor mijn ogen trok het dure jacht met Brenda en de vent zonder de zonnebril in zijn haar op het dek door de haven van Heusden.
Bedoelde ze die boot? Met de koffers aan boord? Drugs, was het eerste wat me te binnenschoot.
  'Hoe had je je dat voorgesteld?' vroeg ik om tijd te winnen. 'En wanneer zou het moeten gebeuren?'
  Met een beetje boot zou Calais makkelijk in een dag te doen zijn. Een weekend was ruimschoots genoeg. Eventueel een vakantiedag voor als het uit zou lopen en voor de terugreis.
  'Het is nu donderdag,' zei ze. 'Volgende week zaterdag zijn de besprekingen van mijn klant afgelopen, dan moet het jacht in Gravelines liggen.'
  Het zou kunnen als ik zaterdag zou vertrekken. Misschien was er dan nog tijd over voor een extra dagje op zee om wat met dat bootje te spelen.
Maandag vrij nemen. De trut zou het niet leuk vinden, maar ik kon wel iets bedenken om het noodzakelijk te maken.
Jezus, een paar dagen op zee; ik zou wel gek zijn als ik het aanbod afsloeg.
  'Ga je zelf mee?' vroeg ik.
  'Nee, ik denk niet dat mijn vriend het op prijs zou stellen als ik alleen met een vreemde man naar Frankrijk zou varen.'
  Een vriend dus. Toch niet dat zonnebriltype, wilde ik vragen maar ik slikte het snel in. Kon natuurlijk wel, hij had zich wel erg bezitterig gedragen, alleen klopte het niet met Brenda's onderdanige gedrag. Daar was ze de vrouw niet naar.
  'Jammer,' zei ik. 'Zou best gezellig geweest zijn.'
  Ze lachte, pakte haar Scotch en sloeg een flinke teug achterover.
  Ik deed hetzelfde met mijn biertje en dacht aan het risico dat ik gebruikt zou worden om drugs te smokkelen. Maar ik kon moeilijk vragen wat er twee weken geleden in de koffers gezeten had; ze hoefde niet te weten dat ik als een loops hondje achter haar aan gereden had. Dan zou er van die stoere bierdrinkende zeeman niet veel overblijven.
  Ik kon natuurlijk wel de boot doorzoeken voor ik vertrok. En haar mooi laten liggen als ik iets verdachts zou vinden.
  'Ik zou zaterdag kunnen vertekken,' zei ik en zette mijn glas op de bar. 'Dan ligt-ie maandag in Gravelines. En dan? Waar moet ik de sleutel afleveren? Ik neem trouwens aan dat jouw kantoor de terugreis betaalt.'
  'Geen probleem. Je kunt met de TGV en de Thalys terug. Of via Parijs vliegen, ik kan het allemaal voor je boeken. Maar ik kan ook vantevoren met je afrekenen. Wat vraag je trouwens?'
  Daar had ik nog niet over nagedacht. Zakenman met een duur jacht. 'Wat dacht je van duizend euro exclusief  kosten?'
  Ze knikte. 'Oké. Vijfhonderd vooraf en de rest als je terug bent.'
  'En die sleutel?'
  'Die lever je in bij de havenmeester.' Ze pakte een pen en krabbelde een 06-nummer op de achterkant van het visitekaartje. 'Bel me even als je er bent dan kan ik mijn klant geruststellen.'
  Ik pakte het kaartje aan en stak het in mijn zak. 'Goed,' zei ik, 'wat spreken we af? Wanneer gaan we naar het jacht?'
  'Het ligt in Heusden. Het liefst zou ik je daar morgenavond treffen. Eetcafé "Havenzicht" aan de Stadshaven, je kunt het niet missen. Zeven uur?'
  Heusden, dus toch. Opnieuw zwaailichten en sirenes. Misschien was ik te wantrouwig, hadden er gewoon kleren of zo in die koffers gezeten.
  'Zeven uur?' vroeg ze nog eens.
  Mijn hoofd bewoog op en neer alsof het door een robot werd bediend. 'Afgesproken.'

  Ze was er om vijf voor zeven. Geen minirokje maar lichtblauwe jeans. Erboven een rose gevalletje met glinsterende frutseltjes aan de bovenkant. Het leek me niet uit de Zeeman-collectie te komen.
  Ze had alle papieren bij zich en de sleutel. 'Het is de "Con Amore",' zei ze, 'en hij ligt in de Jachthaven.' Ze wees achter zich.
  'Je gaat niet even mee?' vroeg ik om niet te laten merken dat ik het jacht een uur geleden al had bekeken.
  Ze schudde "nee". 'Je kunt hem makkelijk vinden, het is het grootste jacht hier in de haven.'
  Dat had ik ook al geconstateerd, voor de tweede keer zelfs. Terwijl ik vlug door de papieren bladerde zag ik dat ze een envelop uit haar schoudertas trok en hem voor mij neerlegde.
  'Vijfhonderd euro. De rest als je terug bent, zoals we afgesproken hebben.' Ze schoof een paar tickets naar me toe. 'Ik heb de TGV en de Thalys voor maandag geboekt. Ik heb aangenomen dat je doorreist naar Rotterdam, dan kunnen we op kantoor afrekenen.Vergeet niet om de hotelrekening mee te nemen, dit is je voucher.' Ze legde hem bovenop de tickets. "Beau Rivage" heette het geval en het stond in Gravelines.
  Ik bood haar nog iets te drinken aan, maar ze schoof haar stoel achteruit. 'Als je terug bent,' zei ze.
  Ze had haast. Het was allemaal erg kortaf, erg zakelijk. Niet wat ik gewend was van haar. Maar ja, het was vrijdagavond, drukke week geweest en wie weet verlangde ze naar het weekend met haar vriend. Jammer dat ze niet mee wilde, ik had haar graag wat opgeleukt.
  'Succes,' zei ze nog en liep weg. Dat was alles.

  Gravelines is een leuk plaatsje dat eigenlijk een kilometer of driehonderd verder naar het zuiden zou moeten liggen, zo Zuid-Europees ziet het eruit.  Alleen staan de palmen er in potten.
  Het tochtje op de Noordzee was een makkie geweest. De "Con Amore" had alles wat varen tot een automatisme had gemaakt, je kon het zo gek niet bedenken of het was aan boord. Met windkracht drie tot vier en hier en daar wat knobbelig water door de stroming en de voorbijvarende containerreuzen op weg naar Rotterdam was er van opgejaagd adrenaline geen sprake.
  Voor ik vertrok uit Heusden had ik het jacht eerst aan een grondige inspectie onderworpen. Alle kastjes en bergruimtes onderzocht, alle teakhouten bekleding afgeklopt op zoek naar geheime plekjes waar eventueel iets illegaals verborgen kon zijn. Niks gevonden want dan zou ik nu niet in Gravelines zijn.
  Ik had besloten dat ik veel te wantrouwend was geweest, er was niks mis met Brenda. En die koffers dan? Misschien had ze de eigenaar van de "Con Amore", Latour heette hij, iets na moeten brengen. Hadden er gewoon kleren of zo in gezeten.
  Omdat ik nog wat omgevaren had, was het zondagmiddag toen ik het kanaal opvoer dat de haven van Gravelines verbindt met de zee. Voor de keersluis had ik nog een uur moeten wachten op hoogwater, maar nu was het zover dat ik kon beginnen de "Con Amore" af te meren.
  Ik had veel bekijks. Niet zo verwonderlijk; de "Con Amore" viel nogal uit de toon bij de andere jachtjes die hier lagen. Zoiets als een Porsche Boxster op een trottoir in Den Bosch.
  Veel bekijks heeft het voordeel dat er altijd wel iemand is die bij het afmeren de lijnen vast wil leggen. Dit keer was het een forse vent. Alles aan hem was hoekig; zijn hoofd, zijn nek, zijn lichaam onder vierkante schouders. Zwart kostuum, wit shirt. Donkere zonnebril. Hij zag er bepaald niet uit als een Fransman en dat was hij ook niet, bleek al gauw.
  Toen hij de achterlijn om een bolder had gelegd, stapte hij aan boord. Ik wilde iets zeggen als "Bonjour", maar zweeg toen ik het pistool zag dat hij op mijn borst gericht had.
  'Naar binnen,' siste hij op een centimeter of dertig van me af.
  Ik draaide me om en gehoorzaamde. Er was iets goed mis met de "Con Amore". En met Brenda. Shit.
  Hij pookte de loop in mijn rug, duwde me de lounge in.
  'Wat moet je?' vroeg ik me omdraaiend. 'Je hebt hier geen flikker te zoeken.'
  Hij drukte de loop tegen mijn borst. 'Zitten.'
  Ik voelde er niks voor om hem te blijven gehoorzamen, maar hij was te sterk; ik kon mijn evenwicht niet bewaren en zakte op de bank. Mijn ogen gingen naar de gespreide benen voor mij en net toen ik overwoog welke van mijn beide knieën ik met volle kracht tussen de zwarte pijpen omhoog zou stoten, kwam er nog iemand binnen.
  Ik kende het V-vormige gezicht met het korte zwarte haar zonder zonnebril erboven. 'Ah, leuk dat je me komt ophalen met je Boxster,' zei ik. Behalve het witte jasje had hij nu ook een witte broek aan.
  Zijn mond bewoog tot iets wat op een lachje leek, maar zijn ogen lachten niet mee.
  'Aardig plannetje,' zei hij dichterbij komend, 'wie heeft het bedacht jij of je cafévriendinnetje?'
  Ik haalde mijn schouders op en bedacht dat Brenda me er toch ingeluisd had. 'Ik weet niet waar je het over hebt.'
  'Tuurlijk.' Hij knikte naar de zwarte kleerkast.
  De klap kwam hard aan, schuin onder mijn rechteroor. Mijn hoofd klapte opzij, duizelend viel ik zijdelings op de bank. De harde knie tegen mijn ribben drukte me nog steviger in de kussens. 'Er wordt je iets gevraagd.'
  Ik probeerde mijn adem weer onder controle te krijgen. 'Ik weet niks van een plannetje. Brenda heeft me gevraagd om dit jacht hier naartoe te brengen, da's alles.'
  'En dan?' vroeg de vent van de Boxster.
  'Ik zal het je precies vertellen, maar niet met mijn kop in de kussens en de knie van die neonazi in mijn ribben.'
  Ik deed mijn verhaaltje, het had geen zin eromheen te draaien. Brenda had me besodemieterd, dus waarom zou ik nog meer klappen oplopen voor een vuil zaakje waar ik niks mee te maken had.
  'Goed,' zei het witpak tenslotte, 'Brenda heeft je gebruikt. Ik geloof je.'
  'Een hele opluchting,' zei ik en wilde opstaan.
  De neonazi duwde me terug. Mijn hoofd stuitte tegen de teakhouten rand op de rug van de bank. Onder mijn oor ontstond een felle brand die zich vermengde met de pijnscheut uit mijn achterhoofd.
  Ik richtte me op. Ik had er schoon genoeg van, maar jammer genoeg had hij wel een pistool en ik niet. 'Kun je die waakhond niet een beetje in bedwang houden?' zei ik tegen het witte pak.
  Hij grijnsde alleen maar.
  'Kun je me misschien ook vertellen waar Brenda me voor gebruikt heeft?'
  'Zeker.' Hij knikte naar zijn bodyguard die een stapje opzij deed. De loop van het pistool veranderde niet van richting. 'Je weet nu toch al meer dan goed voor je is.'
  Het beviel me niks.
  'Brenda had het aardig voor elkaar. Haar enige probleem was om iemand te vinden die mijn jacht ergens naartoe zou kunnen brengen. Toen ze…'
  'Jouw jacht?'
  'Mijn jacht, ja. Ik weet niet precies wat voor smoesje ze tegen jou opgehangen heeft, dat boeit me ook totaal niet. Het enige wat ik wilde horen was waar ze het naartoe gestuurd had.'
  'Ze hield het langer vol dan ik gedacht had,' zei de neonazi. 'Jammer van zo'n mooie chick.'
  'Jezus, jullie hebben haar gemarteld.' Voor me zag ik het honingblonde haar boven een van pijn vertrokken gezicht. 'Schoften!'
  Ze grijnsden allebei.
  'De regels van het spel,' zei de klootzak van het jacht. 'Je hoeft er niet sentimenteel over te doen, dat lieve mokkeltje heeft jou net zo goed bedonderd als mij.'
  'Drugs,' zei ik.
  'We konden er nog net uitpersen waar ze het verborgen had. Hoeven we niet het hele schip ondersteboven te keren. Zou zonde zijn.' Hij draaide zijn hoofd naar de neonazi. 'Kom.'
  De kleerkast pakte mijn schouder en trok me overeind. Zijn pistool porde hij in mijn zij.
  Hij duwde me het wheelhouse in. Dat was mijn geluk. Ik wierp een snelle blik op mijn sporttas. Natuurlijk stond hij er nog.
  'Draai dat paneel maar los,' zei het witte pak. Hij wees met de punt van een schroevendraaier naar een opstaande wand onder het zijraam. Daar zaten de gps, de marifoon en de dieptemeter in gemonteerd. Het is niet iets wat je losschroeft als je geen verstand van elektronica hebt.
Mij kon het niks schelen, ik hoefde toch niet meer te varen met de "Con Amore".
  Ik pakte de schroevendraaier aan en begon met de schroef linksonder. Er zaten er zes, netjes weggewerkt onder een dopje met dezelfde kleur als het paneel.
  'Haal 'm maar naar voren en zorg dat de draden vastblijven zitten.'
  Er verschenen een stuk of vier kabelbundels die met een bocht verdwenen in een ruimte onder het paneel. Onder de middelste bundels zag ik twee koffertjes. Ik dacht aan die avond in Heusden. Een jacht, een vent, twee koffers en een mooie meid. Alleen die meid was er nu niet.
  Ik trok het hele zaakje zo ver naar voren als de kabels het toelieten.
  De neonazi boog zich over het paneel. Hij had zijn pistool overgepakt in zijn linkerhand die ergens ter hoogte van zijn broekzak bungelde.
Met zijn rechterhand graaide hij in de opening. Haalde een grijs koffertje naar boven, gaf het aan het witpak. Toen de tweede, zelfde verhaal.
  De vent van de Boxster klikte de sluiting van het eerste koffertje open, klapte het deksel omhoog.
  Zoveel euros had ik nog nooit bij elkaar gezien. Stapels briefjes van honderd. 'Van coke of van heroïne?, vroeg ik.
  'Zet het paneel maar terug.'
  Ik duwde het paneel voorzichtig terug. Waarom ik zo voorzichtig deed, weet ik niet. Waarschijnlijk was ik van de "Con Amore" gaan houden.
  Terwijl ik bezig was keek ik naar de sporttas onder de stuurstand. Het zat in het vakje dat naar mij toegekeerd stond.
  De twee criminelen zaten gehurkt voor de koffers, hun handen bewogen door de stapels bankbiljetten.
  Ik had niet het gevoel dat ze me rustig zouden laten wegwandelen, niet na wat ik gezien had. Ik moest iets doen, ik had niks te verliezen. En als ik iets deed, moest het snel gebeuren.
  Ik liet de schroevendraaier zo vallen dat hij bij de sporttas terecht moest komen.
Voor de vorm vloekte ik en bukte.
  Uit mijn ooghoeken zag ik dat de neonazi zijn pistool naast hem had neergelegd, maar het nu vlug oppakte. Hij keek wat ik deed.
  Ik schoof mijn lichaam tussen hem en de schroevendraaier. Zo snel als ik kon trok ik het klitterband open en het busje eruit.
  In een kroeg in Shanghai was ik een keer in elkaar geslagen en beroofd. Toen ik uit het ziekenhuis kwam, verkocht een handige chinees mij een paar busjes peppelsplay. Ik heb er een tic aan overgehouden want sindsdien heb ik er altijd een bij me. Soms kan het goed zijn om een tic te hebben.
  De neonazi greep me bij een schouder en trok me achterover.
  Terwijl ik viel keek ik waar de verstuiver zat, draaide het busje iets en spoot de straal in zijn gezicht.
  Hij liet me los.
  Ik sprong op en spoot naar het witte pak.
  Hij hield zijn handen voor zijn gezicht, dook achter de klep van het koffertje voor hem.
  Ik rukte het koffertje weg, klapte het deksel dicht, spoot een straal naar de handen voor het gezicht. Ik wachtte niet af of ik hem goed geraakt had en ik schonk ook geen aandacht aan de neonazi die probeerde overeind te krabbelen, maar niet zag wat hij deed.
  Met het koffertje in mijn ene hand en het spraybusje in de andere rende ik naar buiten, over het dek de kade op. Ik sprong tussen een paar palmenbakken door, over een terrasje naar een nauw straatje. De mensen aan de tafeltjes moeten aan een bankoverval gedacht hebben, maar niemand probeerde me tegen te houden. Verstandig, het busje was nog lang niet leeg.

  Na een half uur begon ik me redelijk veilig te voelen. Natuurlijk zouden ze me proberen te vinden, ik had de helft van hun criminele geld. Ik vroeg me af wat ik ermee zou gaan doen. Naar de politie brengen als ik terug zou zijn in Nederland? Dan ging het naar de staat. Het geld was net zo min van Zalm als van mij. En ik zou een hoop problemen krijgen, de politie zou mijn verhaal niet zomaar geloven.
  Naar Brenda dan? Als ze nog leefde, tenminste. Die nazi had haar gemarteld, informatie uit haar geperst.
Ze had me een nummer gegeven, maar ik had mijn mobieltje op het jacht achter gelaten. Net als de papieren voor de terugreis en de voucher voor de "Beau Rivage".
  Maar cash had ik wel. En mijn portemonnee met pasjes en rijbewijs. Paspoort had ik ook, zoals altijd als ik ergens aan wal ging.
  Ik besloot een autoverhuurbedrijf op te zoeken.

  Bij Avis belde ik het 06-nummer dat Brenda me had gegeven. Haar telefoon werd opgenomen door een vrouw, maar het was niet Brenda. Wie ze wel was, zei ze niet. Verder dan 'Hallo, wie bent u?' kwam ze niet. Ook niet toen ik vroeg of ik Brenda van Dijk kon spreken. Ze begon vragen te stellen. Misschien had ik eerder door moeten hebben dat ze van de politie was.
  Ik besloot dat het niet zo verstandig was om meteen naar Nederland terug te gaan.

  Het is nu twee jaar later en het verhaal is klaar. Ik schakel mijn laptop uit, pak mijn glas bier. Voor mij weerkaatst de zon op het blauwe water van de Middellandse Zee. Twee vissersbootjes varen het haventje binnen, een zwerm meeuwen achter zich aan trekkend.
  Ik neem een paar flinke teugen. Koel bier, heerlijk. Ik zet het glas terug, kijk naar de bar achter mij. Mijn bar.
  Kom eens langs als u toch in de buurt bent. "Brenda's Beer Bar", zo heb ik mijn bar genoemd. U weet nu waarom.

© Herman Vemde   Geschreven voor de "Stoere-mannen-drinken-bier"-campagne van Bavaria.

                                           naar de top